Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) kan grote gevolgen hebben voor iemands leven. Veranderingen in lichamelijk functioneren, cognitie, emoties, gedrag en sociale relaties kunnen ook invloed hebben op intimiteit, seksualiteit en de partnerrelatie. Toch krijgt dit onderwerp in de zorg niet altijd de aandacht die het verdient.
Deze pagina helpt zorgprofessionals om het gesprek over intimiteit en seksualiteit met mensen met NAH en hun partners op een respectvolle en professionele manier aan te gaan. Je vindt hier praktische handvatten, gesprekstips en achtergrondinformatie.
Intimiteit en seksualiteit: wat is het verschil?
Intimiteit
Intimiteit gaat over nabijheid, verbinding en het delen van jezelf met een ander. Dat kan bijvoorbeeld door:
- elkaar aanraken;
- knuffelen;
- vasthouden;
- zoenen;
- samen ontspannen;
- elkaar aankijken;
- gevoelens delen;
- elkaar troosten;
- samen tijd doorbrengen;
je gezien, gehoord en geliefd voelen.
Seksualiteit
Seksualiteit heeft onder andere te maken met:
- seksuele gevoelens;
- verlangen;
- opwinding;
- seksuele identiteit;
- seksuele fantasieën;
- masturbatie;
- seksueel contact;
- plezier en bevrediging.
Intimiteit en seksualiteit kunnen samengaan, maar dat hoeft niet. Ook zonder seks kan er veel intimiteit zijn. En seksualiteit hoeft niet altijd verbonden te zijn aan emotionele intimiteit. Na NAH kunnen de behoeften en mogelijkheden op beide gebieden veranderen.
Wat kan NAH veranderen?
Hersenletsel kan op verschillende manieren doorwerken in seksualiteit en relaties. Iemand kan bijvoorbeeld merken dat:
- het seksuele verlangen is verminderd of juist toegenomen;
- aanraking anders wordt ervaren;
- seksuele prikkels sneller te veel worden;
- initiatief nemen moeilijker is geworden;
- opwinding of orgasme anders verloopt;
- er lichamelijke beperkingen zijn ontstaan;
- vermoeidheid invloed heeft op de behoefte aan intimiteit;
- schaamte of onzekerheid over het veranderde lichaam is ontstaan;
- emoties sterker of juist vlakker worden ervaren;
- impulsiviteit of ontremming leidt tot ander seksueel gedrag;
- communicatie over wensen en grenzen moeilijker is geworden.
Ook de partnerrelatie kan veranderen.
Een partner kan naast geliefde ook mantelzorger, ondersteuner, regelaar of verzorger zijn geworden. Daardoor kunnen rollen binnen de relatie veranderen. Dat kan invloed hebben op:
- aantrekkingskracht;
- gelijkwaardigheid;
- verlangen;
- privacy;
- lichamelijke nabijheid;
- seksueel contact;
- de manier waarop partners naar elkaar kijken.
Een verandering in seksualiteit is daarom vaak niet alleen een seksueel vraagstuk.
Verschillende vormen van intimiteit
Seksualiteit is slechts één manier waarop mensen verbinding met elkaar kunnen ervaren.
(model van verschillende vormen intimiteit)
Na NAH kan het zoeken naar andere vormen van intimiteit belangrijk worden. Misschien is seks moeilijker geworden, maar is samen wandelen, knuffelen, praten of samen muziek luisteren juist heel belangrijk. Het kan helpen om breder te vragen: "Op welke manieren zijn jullie nog dicht bij elkaar?" en: "Welke vorm van nabijheid missen je?"
Waarom praten over seksualiteit?
Seksualiteit is voor veel mensen een belangrijk onderdeel van kwaliteit van leven. Toch praten mensen er niet altijd gemakkelijk over. Bij NAH kunnen daar extra drempels bijkomen.
Iemand kan bijvoorbeeld:
- niet goed weten dat een verandering met het hersenletsel te maken kan hebben;
- moeite hebben om gevoelens of wensen onder woorden te brengen;
- moeite hebben om initiatief te nemen;
- snel overprikkeld raken tijdens een gesprek;
- moeite hebben met het begrijpen of onthouden van informatie;
- bang zijn om de partner te kwetsen;
- schaamte ervaren;
- het gevoel hebben dat seksualiteit "niet meer hoort" na het hersenletsel.
Partners kunnen ondertussen met hun eigen vragen en gevoelens rondlopen. Als niemand begint, blijft het onderwerp gemakkelijk onbesproken.
De professional hoeft niet alles op te lossen
Een belangrijke professionele houding is: Je hoeft niet alle antwoorden te hebben om het gesprek te kunnen beginnen.
Als professional kun je:
- seksualiteit normaliseren;
- signaleren;
- vragen stellen;
- luisteren;
- informatie geven;
- samen onderzoeken wat er veranderd is;
- wensen en grenzen bespreekbaar maken;
- andere vormen van intimiteit onderzoeken;
- verwijzen wanneer meer deskundigheid nodig is.
Je hoeft dus niet meteen een oplossing te hebben. Soms is de belangrijkste interventie: "Goed dat je dit vertelt. Laten we samen kijken wat er speelt."
Hoe begin je een gesprek?
Maak het onderwerp zo normaal mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld aansluiten bij een gesprek over:
- lichamelijke veranderingen;
- vermoeidheid;
- medicatie;
- relatieproblemen;
- stemming;
- zelfbeeld;
- lichamelijke verzorging;
Vervolgens kun je de stap maken naar intimiteit en seksualiteit.
Mogelijke openingsvragen
- "Sinds het hersenletsel is er veel veranderd. Merk je dat ook in jullie relatie?"
- "Hoe gaat het met de intimiteit tussen jullie?"
- "Heeft het hersenletsel iets veranderd in je seksuele gevoelens of verlangen?"
- "Zijn er dingen die vroeger prettig waren en nu anders voelen?"
- "Is het makkelijker of juist moeilijker geworden om aan te geven wat je prettig vindt?"
- "Is er voldoende ruimte voor jullie als partners, los van de zorg?"
- "Zijn er vragen rondom seksualiteit waar je eigenlijk graag eens over zou willen praten?
Een goede afsluitende vraag kan zijn:
- "Is er iets wat ik nog niet heb gevraagd, maar wat voor jou wel belangrijk is?"
Gesprekstips
Begin niet met het probleem
Seksualiteit hoeft niet meteen als probleem te worden benaderd.
Wees duidelijk en concreet
Gebruik begrijpelijke taal en vermijd vage of verhullende termen. Controleer of jullie elkaar goed begrijpen. Bij cognitieve problemen kan het helpen om:
- één vraag tegelijk te stellen;
- informatie te herhalen;
- visueel materiaal te gebruiken;
- belangrijke informatie op papier mee te geven;
- de cliënt in eigen woorden te laten vertellen wat besproken is.
Vraag naar wensen én grenzen
Niet alles hoeft te worden opgelost of toegestaan. Bespreek:
- Wat wil iemand?
- Wat wil iemand niet?
- Wat vindt de partner prettig?
- Waar liggen de grenzen?
- Hoe kunnen beide partners die grenzen herkennen en respecteren?
Blijf professioneel
Een open houding betekent niet dat alles wat iemand doet acceptabel is. Bij grensoverschrijdend of risicovol gedrag is het belangrijk om duidelijk te begrenzen, te onderzoeken wat er speelt en zo nodig deskundigheid in te schakelen. Wanneer schakel je deskundigheid in? Als professional hoef je niet zelf iedere vraag te beantwoorden. Schakel passende deskundigheid in wanneer bijvoorbeeld sprake is van:
- aanhoudende seksuele problemen;
- complexe lichamelijke problemen;
- medicatiegerelateerde vragen;
- ernstige relatieproblemen;
- traumatische ervaringen;
- grensoverschrijdend gedrag;
- problemen met toestemming of veiligheid;
- vragen die specialistische seksuele begeleiding of behandeling vragen.
Afhankelijk van de vraag kan samenwerking nodig zijn met bijvoorbeeld een arts, neuropsycholoog, psycholoog, fysiotherapeut, ergotherapeut of seksuoloog. Weten wanneer je moet doorverwijzen is óók deskundigheid.
Seksualiteit en veiligheid
Aandacht voor seksualiteit betekent ook aandacht voor grenzen en veiligheid. Bespreek waar nodig:
- toestemming;
- eigen grenzen;
- grenzen van de ander;
- privacy;
- online seksualiteit;
- kwetsbaarheid;
- impulsief of ontremd gedrag;
- signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Bij NAH kan het vermogen om situaties, sociale signalen of gevolgen van gedrag in te schatten veranderd zijn. Dat betekent niet dat iemand zijn of haar seksuele autonomie verliest. Het betekent wél dat soms extra ondersteuning nodig is om autonomie, wensen, grenzen en veiligheid met elkaar in balans te brengen.
Luister en lees tips
Wil je verder luisteren? Hieronder vind je podcasts die aansluiten bij seksualiteit, relaties, intimiteit en/of leven met NAH.
Websites met tips en informatie:
Podcasts: